Smederij: verschil tussen versies

Uit Sint Anna ter Muiden
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Regel 5: Regel 5:
 
Ontfangen van Maijken Panten seven ponden thien schell over een jaer huijshuere van stadts smisse verschijnende alderheijligen naest comende dus vij pond xv sch.
 
Ontfangen van Maijken Panten seven ponden thien schell over een jaer huijshuere van stadts smisse verschijnende alderheijligen naest comende dus vij pond xv sch.
  
<br/>In 1640 blijkt uit twee verkoopakten dat er een oude stadssmitse was die gestaan moet hebben aan de [[Korte ommegang]].
+
<br/>In 1640 blijkt uit twee verkoopakten dat er een oude stadssmitse was die gestaan moet hebben aan de [[Korten Ommegang]].
  
 
==RAZVL 472==
 
==RAZVL 472==

Versie van 5 nov 2013 23:15

De smederij of smidse was van essentieel belang in een dorp. Niet alleen waren de boeren van hem afhankelijk voor het maken van ploegen, wagenwielen en hoefijzers et cetera, maar ook de andere inwoners maakten veelvuldig gebruik van zijn diensten. Denk daarbij aan pijpleidingen, dakgoten, hekwerken en zelfs sloten.
De oudste vermelding in Sint Anna ter Muiden van een smidse dateert voorlopig uit 1636, een vermelding in de stadsrekeningen.

  • Rek Mude 1636

Ontfangen van Maijken Panten seven ponden thien schell over een jaer huijshuere van stadts smisse verschijnende alderheijligen naest comende dus vij pond xv sch.


In 1640 blijkt uit twee verkoopakten dat er een oude stadssmitse was die gestaan moet hebben aan de Korten Ommegang.

RAZVL 472

25 april 1640 comp Pieter Breijdel inwoner deser stede ende Janneke Bane sijn huisvr verkopen aan Willem van Cruijningen een huijs sonder eigendomme van erve, noort d’heerestraaten streckende metten zuudeijnde aen t huijs ende erven van de compt, metten noorteijnde tegens de oude stadts smitse daer nu jegenwoordich in woont Maijken Panten, ende metten westeijnde streckende jegens de erve vande hoirs Joos Maes...

RAZVL 472

4 nov 1648 comp Jan Bocque ingesetene deser stede ende Marije Petijt sijne huisvrouwe verkopen aan mr Pieter Chieux stadtsschoolmeester de helft van t gebouw etc van t sterfhuijs van Jaques van Pamele, d’ander helft competeert afgeschut ende gesepareert is tusschen beijde met plancken, staende op chijnsgrond van dese stede, ande westsijde van de plaetse de voors helft van de sterfhuijse van de voorn van Pamele, ande zuudsijde de utwech van de hofstede van Nicolaes Chieux te vooren Jaques van Pamele, ende de stadssmitse ande noortsijde ande sheerenstrate genaempt corte ommeganck, ande westsijde gelijck deselve jegenwoordigh gestaen ende gelegen is met al datter met ende nagelvast aen is [...] onderpand huis etc staende binnen deser stede op de grond van de weduwe Anthonis de Ceuninck daer de comparanten jegenwoordigh inne woonen staende tegen t staeghtjen van den Corte Ommeganck zijnde aen alle zijden geabouteert ande erve van de voorn wed de Ceuninck hun competerende bij mangelinge [= ruil] gedaen jegens Jaques Hallinck voor een ander huijseken daer Claes Schoolmeester nu in woont, ende dat hij van de voors Hallinck heeft gekocht gehadt...